Veelgestelde vragen

Hier vind je antwoorden op vragen over de samenvattingen, oefenboeken en voordeelpakketten van BES Examenhulp, en over oefenen met oude examens. Staat je vraag er niet bij? Onderaan elke pagina vind je hoe je ons bereikt.

Algemene vragen

Een samenvatting zet de examenstof van je vak op een rij, hoofdstuk voor hoofdstuk en met uitleg per onderwerp. In een oefenboek pas je die stof toe: je maakt opgaven uit oude examens en kijkt ze na met de uitwerkingen. Een voordeelpakket bevat ze allebei.

Ja. De samenvattingen en oefenboeken zijn gemaakt op basis van de syllabus van het centraal examen, per vak en per niveau. Wat op het centraal examen getoetst wordt, komt in de boeken aan bod.

Voor vmbo gl/tl, havo en vwo. Op de pagina van je niveau zie je voor welke vakken er boeken zijn.

Dat kan, maar de syllabus kan van jaar tot jaar veranderen. Kijk daarom op de pagina van een boek bij "Editie" of het boek bij jouw examenjaar hoort.

Ja, voor het deel van het staatsexamen dat gelijk is aan het centraal examen. Voor het college-examen, het andere deel, leer je daarnaast nog andere stof.

De boeken zijn gemaakt voor het centraal examen. Veel stof uit je schoolexamens komt erin terug, maar vraag je docent welke onderwerpen jouw school toetst. Ze vervangen je lesboek niet.

Heeft een boek een inkijkexemplaar, dan staat op de pagina van dat boek de knop "Inkijkexemplaar". Daarmee bekijk je een deel van het boek voordat je het bestelt.

Ja. In de examenoefenomgeving van BES Examenhulp oefen je gratis met de opgaven van oude examens, met de bijlagen en de correctievoorschriften erbij.

Vragen over samenvattingen

De examenstof van één vak op één niveau: de onderwerpen van het centraal examen, in een logische volgorde en helder uitgelegd. Met de samenvatting leer en herhaal je de stof. Wil je oefenen met examenopgaven, dan is er het oefenboek van hetzelfde vak.

De samenvatting van het vak waarin je examen doet, op het niveau van je examen: vmbo gl/tl, havo of vwo. De examenstof verschilt per niveau, dus een samenvatting voor havo is een ander boek dan die voor vwo.

Neem steeds één onderwerp: lees het door en vertel daarna zonder te kijken wat je hebt onthouden. Wat je nog niet weet, lees je opnieuw. Oefen daarna met examenopgaven over dat onderwerp, zodat je merkt of je de stof ook kunt toepassen.

Met een samenvatting ken je de stof, maar op het examen moet je die stof ook toepassen in vragen. Oefen daarom ook met oude examens, bijvoorbeeld met het oefenboek van je vak. Wil je allebei, dan is een voordeelpakket voordeliger dan de twee boeken los.

De samenvatting volgt de stof van het centraal examen, niet een bepaalde lesmethode. Welke methode je school ook gebruikt, de stof die op het centraal examen komt, is voor iedereen op jouw niveau dezelfde.

Vragen over oefenboeken

Opgaven uit oude examens van één vak op één niveau, met uitwerkingen die laten zien hoe je tot het antwoord komt. Zo oefen je met vragen zoals ze op het centraal examen staan.

Ja. Bij de opgaven staan uitwerkingen met de stappen naar het antwoord. Probeer een opgave eerst zelf en vergelijk je antwoord daarna met de uitwerking: zo zie je welke stap je nog mist.

Als je de stof hebt doorgenomen en wilt weten of je hem ook op examenniveau beheerst. Je kunt er het hele examenjaar mee oefenen, en in de laatste weken voor het examen zie je ermee waar je nog aan moet werken.

Ja. Merk je bij het oefenen dat je de stof nog niet goed kent, dan helpt de samenvatting van hetzelfde vak om die eerst op een rij te zetten. Samen zitten ze in het voordeelpakket, dat voordeliger is dan de twee boeken los.

In de examenoefenomgeving van BES Examenhulp oefen je gratis online met oude examens. Het oefenboek is een boek op papier, om zonder scherm te oefenen en er aantekeningen in te maken. Je kunt ze prima naast elkaar gebruiken.

Vragen over voordeelpakketten

De samenvatting en het oefenboek van hetzelfde vak, voor hetzelfde niveau. Met de samenvatting leer je de examenstof, met het oefenboek oefen je die met opgaven uit oude examens.

Ja. Een voordeelpakket kost minder dan de samenvatting en het oefenboek van hetzelfde vak samen, als je ze los bestelt.

Ja, allebei de boeken zijn ook los te koop. Heb je er maar één nodig, dan bestel je alleen dat boek.

Ja. Een voordeelpakket hoort bij één vak op één niveau. Wil je de boeken voor meer vakken, dan bestel je voor elk vak het pakket van dat vak, in één bestelling.

Begin met de samenvatting om de stof van een onderwerp te leren, en oefen daarna met het oefenboek. Loop je bij een opgave vast, zoek het onderwerp dan op in de samenvatting en probeer de opgave opnieuw.

Vragen over Economie Vmbo gl/tl

Het centraal examen economie vmbo gl/tl gaat over consumptie, arbeid en productie, overheid en bestuur, en internationale ontwikkelingen. Daarin komen bijvoorbeeld budgetteren, inflatie, winst en verlies, belastingen, sociale zekerheid en de EU aan bod. De samenvatting en het oefenboek economie vmbo gl/tl zijn in dezelfde onderwerpen ingedeeld, zodat je per onderwerp kunt leren en oefenen.

Elke opgave begint bij een situatie met een of meer informatiebronnen, zoals een tabel, een grafiek of een korte tekst. Daarbij krijg je meerkeuzevragen, open vragen waarin je iets uitlegt, en rekenvragen waarbij je je berekening opschrijft. Soms maak je van een paar zinnen een economisch juiste tekst door steeds het goede woord te kiezen.

Begin met de stappenplannen in de samenvatting economie vmbo gl/tl, bijvoorbeeld voor rekenen met rente of voor het omrekenen van een bedrag per week naar een bedrag per maand. Maak daarna de rekenvragen uit oude examens in het oefenboek en leg je berekening naast de uitwerking. Klopt je antwoord niet, dan zie je zo welke stap je hebt gemist.

Ja. In de examenoefenomgeving van BES Examenhulp maak je oude centrale examens economie vmbo gl/tl opgave voor opgave. Om de opgaven te bekijken heb je geen account nodig. De opgaven, de bijlagen en de correctievoorschriften zijn gratis.

Vragen over Havo

Het eerste tijdvak van de centrale examens havo valt in mei. Wie een examen herkanst of het door ziekte heeft gemist, maakt het in het tweede tijdvak in juni. De precieze data per vak staan in het examenrooster, dat BES Examenhulp in de examenoefenomgeving bijhoudt.

Liever niet. Havo en vwo hebben elk een eigen examenprogramma. In de vwo-boeken staat stof die niet op het havo-examen komt, zoals het IS-MB-GA-model bij economie of rijen en de afgeleide bij wiskunde A. Andersom ontbreekt er stof die op de havo wel wordt getoetst, zoals statistiek bij wiskunde A. Kies daarom de boeken van je eigen niveau.

Dat staat per vak in de syllabus van het College voor Toetsen en Examens, die voor elk examenjaar op Examenblad verschijnt. Daarin lees je welke onderwerpen het centraal examen toetst en welke alleen in het schoolexamen zitten. De samenvattingen van BES Examenhulp volgen die syllabus, zodat je leert wat op het examen kan komen.

Vragen over Bedrijfseconomie Havo

Het centraal examen bedrijfseconomie havo gaat over persoonlijke financiën en de stap van eenmanszaak naar rechtspersoon, personeelsbeleid, financieren, marketingbeleid, financieel beheer en verslaggeving. Interne organisatie, investeren en de keuzeonderwerpen horen bij het schoolexamen. Ook schenken en erven toetst het centraal examen havo niet.

De syllabus bedrijfseconomie heeft een lijst met standaardformules die niet in de opgaven staan en die je dus zelf moet kunnen gebruiken, zoals de current ratio, de rentabiliteit van het eigen vermogen en de break-evenomzet. Is voor een opgave een andere formule nodig, dan staat die in de opgave. Kijk voor de volledige lijst in de syllabus van je examenjaar.

Bij bedrijfseconomie reken en redeneer je met de geldzaken van één huishouden of onderneming: een lening afsluiten, een rechtsvorm kiezen, een balans bijwerken of de break-evenafzet bepalen. Economie kijkt breder, naar markten, de overheid en de economie van een land. Het zijn aparte vakken met elk een eigen centraal examen, dus ook met eigen boeken.

Maak eerst de voorbeeldopgaven in de samenvatting bedrijfseconomie havo, waar de uitwerking direct onder de opgave staat. Oefen daarna met examenopgaven uit het oefenboek over bijvoorbeeld mutatiebalansen, de break-evenanalyse of kengetallen, en vergelijk elke tussenstap met de uitwerking. Zo zie je precies waar je berekening afwijkt.

Ja. In de examenoefenomgeving van BES Examenhulp maak je oude centrale examens bedrijfseconomie havo, met het correctievoorschrift in beeld naast de vragen. Zo zie je bij elke deelvraag hoe de punten worden verdeeld. De opgaven, bijlagen en correctievoorschriften zijn gratis.

Vragen over Economie Havo

Het centraal examen economie havo gaat over markt, ruilen over de tijd, samenwerken en onderhandelen, risico en informatie, welvaart en groei, en ‘goede tijden, slechte tijden’. Over schaarste en ruil krijg je geen aparte vragen, al gebruik je die begrippen wel, en onderzoek en experiment hoort bij het schoolexamen. In een examenopgave lopen de onderwerpen vaak door elkaar, dus oefen ook met hele opgaven.

Economie kijkt naar de economie als geheel: hoe markten werken, waarom de overheid ingrijpt en hoe conjunctuur en werkloosheid de welvaart beïnvloeden. Bedrijfseconomie gaat over de geldzaken van huishoudens en ondernemingen, zoals sparen, lenen, rechtsvormen, marketing en financiële overzichten. Het zijn twee vakken met elk een eigen centraal examen en eigen boeken.

Leer eerst de stappenplannen uit de samenvatting economie havo, zoals voor het aflezen van prijs en afzet bij maximale winst en het arceren van een surplus. Maak daarna de examenopgaven met grafieken in het oefenboek en controleer je antwoord met de uitwerking. Schrijf bij een berekening steeds op welk punt of welke lijn uit de grafiek je gebruikt.

Bij zo’n vraag onderbouw je een standpunt met een economische redenering, dus niet met alleen een mening. Een sterke redenering noemt bijvoorbeeld een oorzaak, het gevolg en het economische begrip dat die twee verbindt. In de uitwerkingen van het oefenboek economie havo zie je per deelvraag welke stappen in een volledig antwoord horen.

Nee. Geen van de eindtermen in de syllabus economie havo gaat over wisselkoersen. In oudere examens kom je ze soms nog tegen: oefen je met zo’n examen, dan kun je die vragen overslaan. Twijfel je of een onderwerp nog getoetst wordt, kijk dan in de syllabus van je examenjaar.

Vragen over Wiskunde A Havo

Het centraal examen wiskunde A havo gaat over rekenen en algebra, verbanden en statistiek. Je leest en maakt tabellen, grafieken en formules, stelt lineaire en exponentiële verbanden op en trekt conclusies uit data. Telproblemen en het domein verandering horen op de havo bij het schoolexamen.

Wiskunde A draait om toepassen: formules, grafieken en statistiek in situaties uit de praktijk. Wiskunde B is abstracter en gaat over functies, differentiëren, goniometrie en meetkunde, met vragen waarin je vaak algebraïsch of exact moet rekenen. Welk vak je volgt, hangt af van je profiel en je keuzes. Het zijn aparte vakken, elk met een eigen centraal examen.

Op het examen moet je soms beoordelen of een verschil tussen twee groepen gering, middelmatig of groot is. Dat beoordeel je met vuistregels, bijvoorbeeld voor de phi-coëfficiënt bij een kruistabel, het maximale verschil in cumulatief percentage en de effectgrootte. Daarnaast doe je met een betrouwbaarheidsinterval een uitspraak over een populatie op basis van een steekproef. De samenvatting wiskunde A havo legt die vuistregels uit met voorbeelden.

Ja. Bij het centraal examen wiskunde A havo hoort een formuleblad, en welke formules erop staan, lees je in de syllabus van je examenjaar. Wat er niet op staat, moet je zelf kunnen toepassen. In de examenoefenomgeving van BES Examenhulp open je bij elke opgave gratis het formuleblad naast de vragen.

In de samenvatting wiskunde A havo lees je bij de onderwerpen waar je het nodig hebt hoe je met de grafische rekenmachine een vergelijking oplost en een minimum of maximum berekent. Oefen die handelingen daarna met de examenopgaven in het oefenboek, zodat je op het examen meteen weet welke optie je nodig hebt. Welke rekenmachines zijn toegestaan, maakt het College voor Toetsen en Examens elk jaar bekend.

Vragen over Wiskunde B Havo

Het centraal examen wiskunde B havo gaat over functies, grafieken en vergelijkingen, meetkundige berekeningen en toegepaste analyse. In examenopgaven zie je dat terug als parabolen, wortelfuncties en transformaties, differentiëren, exponentiële en logaritmische functies, goniometrie en meetkunde. Het oefenboek wiskunde B havo is in die onderwerpen ingedeeld.

Die woorden bepalen hoe je mag rekenen. Algebraïsch betekent dat je de berekening uitwerkt zonder de speciale opties van de grafische rekenmachine, al mogen tussenantwoorden en het eindantwoord benaderd zijn. Exact is strenger: ook zonder die opties, en je rondt niets af, dus een wortel of breuk blijft staan. Staat er geen van beide, dan ben je vrijer in je aanpak, al moet uit je uitwerking altijd blijken hoe je aan het antwoord komt.

Je bepaalt de afgeleide van machtsfuncties met de somregel, de verschilregel en de kettingregel, en gebruikt die voor raaklijnen, hellingen en extremen. In toepassingen bereken je bijvoorbeeld waar een grootheid maximaal of minimaal is. In het oefenboek wiskunde B havo staan die examenopgaven samen in het hoofdstuk afleiden.

Je werkt met sinus- en cosinusfuncties: periode, amplitude en evenwichtsstand aflezen of een formule opstellen bij een grafiek, en goniometrische vergelijkingen oplossen. Ook graden omrekenen in radialen hoort erbij. Het hoofdstuk goniometrie in het oefenboek wiskunde B havo bundelt de examenopgaven daarover.

Vragen over Vwo

De centrale examens vwo beginnen in mei, in het eerste tijdvak. Een herkansing of een examen dat je door ziekte hebt gemist, maak je in het tweede tijdvak in juni. In het examenrooster van BES Examenhulp zie je per vak wanneer je examen is.

Veel onderwerpen hebben dezelfde naam, maar de examenprogramma’s verschillen. Bij economie komen op het vwo onder meer beleggen en het IS-MB-GA-model erbij, en bij bedrijfseconomie schenken en erven en de SWOT-analyse. Bij wiskunde A toetst het vwo juist andere onderwerpen: rijen en de afgeleide wel, statistiek niet. Daarom schrijft BES Examenhulp aparte boeken voor vwo.

Het examenjaar op het vwo is vol: je hebt lessen, schoolexamens en op veel scholen ook je profielwerkstuk. Herhaal daarom al in vwo 5 de onderwerpen die je dan afsluit, bijvoorbeeld met de samenvatting per hoofdstuk, en bewaar het oefenen met oude examens niet tot de laatste weken. Het examenrooster in de examenoefenomgeving van BES Examenhulp laat zien wanneer elk vak aan de beurt is.

Vragen over Bedrijfseconomie Vwo

Het centraal examen bedrijfseconomie vwo toetst persoonlijke financiële zelfredzaamheid, de stap van eenmanszaak naar rechtspersoon, personeelsbeleid, financieren, marketingbeleid, financieel beheer en verslaggeving. Op het vwo horen daar ook schenken en erven en de SWOT-analyse bij. Interne organisatie, investeren en de keuzeonderwerpen worden alleen in het schoolexamen getoetst.

De standaardformules uit de syllabus staan niet in de opgaven, dus die moet je zelf kunnen toepassen: onder meer de quick ratio, de rentabiliteit van het totale vermogen en de cashflow. Anders dan op de havo horen daar ook het dividendrendement, het beleggersrendement en de hefboomformule bij. De somformule van een meetkundige reeks moet je kunnen gebruiken, maar die krijg je in de opgave.

Je rekent met enkelvoudige en samengestelde interest, vergelijkt een lineaire lening met een annuïteitenlening en beoordeelt aandelen en obligaties op rendement en risico. Ook de financiële gevolgen van samenwonen, trouwen, scheiden, schenken en erven kunnen worden gevraagd. In de samenvatting bedrijfseconomie vwo staat die stof in het hoofdstuk ‘Van persoon naar rechtspersoon’.

Zorg eerst dat je de financiële overzichten begrijpt: de balans, de resultatenrekening en hoe mutaties daarin doorwerken. Daarna leer je met kengetallen de liquiditeit, de solvabiliteit en de rentabiliteit beoordelen, en wat de hefboomwerking zegt over lenen. In het oefenboek bedrijfseconomie vwo oefen je dat met examenopgaven over ondernemingen.

Vragen over Economie Vwo

Het centraal examen economie vwo toetst markt, ruilen over de tijd, samenwerken en onderhandelen, risico en informatie, welvaart en groei, en ‘goede tijden, slechte tijden’. Vergeleken met de havo komen daar onder meer beleggen, principaal-agentrelaties en wisselkoersen bij. Over schaarste en ruil krijg je geen aparte vragen, en onderzoek en experiment wordt in het schoolexamen getoetst.

Dat raden we af. De onderwerpen hebben dezelfde namen, maar het vwo-programma gaat verder: conjunctuuranalyse met het IS-MB-GA-model staat bijvoorbeeld niet in de havostof, en beleggen ook niet. Met een havosamenvatting mis je dus onderdelen van je examen. De samenvatting economie vwo is op het vwo-examenprogramma geschreven.

Bij een analyseopdracht schrijf je een langer antwoord waarin je meerdere kanten van een of meer keuzes belicht. Soms kies je zelf, soms is de keuze gegeven en onderbouw je die met argumenten. Bij de opdracht staat een advies voor het aantal woorden. Oefen dit met hele examenopgaven, want je hebt daarbij vaak begrippen uit meerdere onderwerpen nodig.

Begin met de theorie in de samenvatting economie vwo: hoe je een opbrengstenmatrix leest bij simultane spellen en een spelboom bij sequentiële spellen, en hoe je daarin een evenwicht vindt. Maak daarna in het oefenboek de examenopgaven over samenwerken en onderhandelen. De uitwerkingen laten zien hoe je de keuze van elke speler stap voor stap beredeneert.

Vragen over Wiskunde A Vwo

Het centraal examen wiskunde A vwo toetst algebra en telproblemen, standaardfuncties met hun grafieken en vergelijkingen, en verandering: rijen, hellingen en de afgeleide. Statistiek en kansrekening horen op het vwo bij het schoolexamen en komen dus niet op het centraal examen. Daarom richten de samenvatting en het oefenboek wiskunde A vwo zich op de andere onderwerpen.

Je moet de somregel, de productregel, de quotiëntregel en de kettingregel kunnen toepassen, ook gecombineerd. Met de afgeleide bepaal je de helling van een grafiek, of een functie stijgt of daalt, en waar een maximum of minimum ligt. In het oefenboek wiskunde A vwo staan examenopgaven waarin je zo een optimale oplossing zoekt.

Ja. Logaritmische functies horen bij de standaardfuncties, en met logaritmen los je bijvoorbeeld exponentiële vergelijkingen op of reken je een verdubbelingstijd uit. Ook grafieken met een logaritmische schaalverdeling kunnen voorkomen. De samenvatting wiskunde A vwo behandelt de rekenregels voor logaritmen met voorbeelden.

Bij telproblemen bepaal je eerst of volgorde en herhaling een rol spelen, en tel je daarna met de somregel of de productregel voor tellen, eventueel met een boomdiagram of rooster. Bij rijen werk je met een recursieve of een directe formule en herken je rekenkundige en meetkundige rijen. De samenvatting wiskunde A vwo geeft bij beide onderwerpen voorbeelden, het oefenboek examenopgaven.

Vragen over Wiskunde B Vwo

Het centraal examen wiskunde B vwo toetst functies, grafieken en vergelijkingen, differentiaal- en integraalrekening, goniometrische functies en meetkunde met coördinaten, waaronder vectoren en het inproduct. In het oefenboek wiskunde B vwo zijn de examenopgaven verdeeld over afleiden, integreren, exponentiële en logaritmische functies, goniometrie, limieten, vectoren, bewegingsvergelijkingen en meetkunde.

Wiskunde A gebruikt wiskunde vooral als hulpmiddel in praktische situaties, met onder meer telproblemen, rijen en optimaliseren. Wiskunde B gaat dieper in op de wiskunde zelf: integreren, goniometrische functies, vectoren en meetkunde met coördinaten, met veel vragen waarin je exact moet rekenen. Welk vak je doet, hangt af van je profiel en je keuzes. Beide vakken hebben een eigen centraal examen.

Staat er exact in de vraag, dan gebruik je geen speciale opties van de grafische rekenmachine en rond je niets af: een uitkomst als een wortel of een veelvoud van pi laat je zo staan. Bij algebraïsch mag je wel benaderen, maar reken je ook zonder die opties. In de uitwerkingen van het oefenboek wiskunde B vwo zie je hoe zo’n berekening eruitziet.

Je berekent een bepaalde integraal exact als de functie is opgebouwd uit machts-, exponentiële, sinus- of cosinusfuncties, of je benadert hem met de grafische rekenmachine als er niet om een exact antwoord wordt gevraagd. Daarmee bereken je oppervlakten van vlakdelen en inhouden van omwentelingslichamen. In het oefenboek wiskunde B vwo staan die examenopgaven samen in het hoofdstuk integreren.